Voor mijn sterkte.zwakte analyse verwijs ik u naar mijn competenties. Per competentie heb ik mijn sterke en zwakke punten geformuleerd.
Terugkijk Stage
Hoe kijk ik terug op mijn stage? Heel positief! Ik heb veel ervaren en veel geleerd. Bij mij zijn de zenuwen voor de klas verdwenen. Al vanaf de eerste periode keek op tegen de stage. Hoe zouden leerlingen reageren op een onervaren stagiaire? Als ik aan mijn middelbare school jaren terugdenk, maakten we het de stagiaires behoorlijk lastig en nu ben ik dan het bokje. Zou ik daar wel mee om kunnen gaan? Zou ik het wel trekken? Gelukkig viel het hartstikke mee en kwam ik algauw in mijn rol als leraarzijnde.
In een van mijn lessen vroeg een meisje ineens:”Mevrouw, bent u zenuwachtig?” Hier moest ik wel even om lachen en antwoordde eerlijk dat ik best wel zenuwachtig ben. De rest van de klas lachte ook. Dit brak als het ware het ijs en er ontstond een prettige sfeer in de klas. Het leek wel of de leerlingen ineens meer respect gingen tonen! Tijdens stage waren bij mij sterke punten het presenteren voor de klas en het flexibel omgaan met de leerlingen. Het vragen stellen aan leerlingen was voor mij ook een sterk punt. Als er een doodse stilte plaatsvond, wist ik steeds op de een of andere manier een boeiende vraag te bedenken, waardoor de leerlingen weer aan het denken werden gezet. De sfeer op de stageschool was zeer goed. Ik zou deze stageschool voor komende stagiaires zeker aanprijzen. Als tweedegraads docent krijg je toch veel te maken met het vmbo niveau. Ik vond dit een goede instap en kennismaking met dit (niet al te makkelijk) niveau. De school zelf was mooi klein, waardoor er meer kans was voor persoonlijke benadering met de leerlingen.
Wat ik op stage beter had kunnen doen, was de voorbereiding van mijn lessen. De lessen zelf had ik wel goed voorbereidt, maar vlak voor de les was ik dan bijvoorbeeld vergeten de controleren of de beamer/internet het wel deed, opdrachten klaarleggen of kijken of de tafels goed stonden. Dit leverde in mijn eerste les de nodige problemen op. Wat ik ook beter had kunnen doen, maar wat ik ook nog meer onder de knie moet krijgen, is de individuele benadering tijdens mijn lessen. Ik heb sterk de neiging om slechts voor de groep te gaan praten en vergeet dan wel eens om persoonlijk op een leerling af te stappen om hem/haar te helpen. Dit was iets wat mijn medestagiaires juist wel heel goed kon. Ik heb daarom ook goed op hem gelet en ik heb dit probleem ook met hem besproken. Ik vind het met individuele benadering soms ook lastig af te wegen wat ik wel en niet kan zeggen. Ik let bij de leerlingen altijd goed op mijn woorden en ben soms bang dat ik een gevoelig onderwerp naar voren breng. Door die gedachte loopt een gesprek met een leerling niet altijd even lekker. Ik vind het ook lastig in te schatten wanneer ik teveel in de “intieme zone” van de leerling kom. Tot hoe dichtbij kan ik staan? Mag ik de leerling eens aantikken? Kan ik een leerling überhaupt wel aantikken? Deze angst komt ook voort uit mijn eigen ervaring als leerling-zijnde. Ik was zeker niet de makkelijkste en mijn beste vriendin ook niet. Zo kwamen we eens in conflict met de muziekleraar. Dit ging best ver en uiteindelijk pakte de docent onze armen beet. Hierop reageerde mijn vriendin helemaal opstandig en zij belde haar moeder dat de leraar aan haar gezeten had. Dit vond ik wel te ver gaan. Ik begreep de leraar wel en hij had ons geen pijn gedaan, dus ik zag het probleem niet. Maar goed, aan dit incidentje denk ik vaak als ik een leerling persoonlijk wil benaderen. Ik ga komende tijd proberen hierin te trainen en ontdekken wat ik wel en niet kan doen.
Om aan mijn verbeterpunten te werken, ga ik mij komende tijd meer verdiepen in de belevingswereld van de leerlingen. Op deze manier leer ik ze al meer kennen en zullen gesprekken mij gemakkelijker afgaan. Ook wil ik mij verdiepen in wat een leraar wel kan doen en wat te ver gaat. Dit kan ik onderzoeken door misschien een boek te lezen wat relevant aan dit onderwerp is. Om mijn voorbereiding van de lessen te verbeteren, ga ik voortaan een lijstje vooraf maken met wat ik allemaal moet controleren. Ik ga ook zeker werken aan de feedback van mijn stagecoach, medestagiaire en natuurlijk aan de feedback van de leerlingen.
Mijn mening is dat stage je kan maken en breken in je motivatie voor het leraarschap. Zoals ik al eerder zei keek ik erg op tegen stage. Uiteindelijk viel het reuze mee. Doordat het zo mee viel is mijn motivatie voor het leraarschap in het vak geschiedenis gegroeid. Tijdens bepaalde handelingen in de klas stond ik ook versteld van de manier waarop ik het aanpakte. In de tweede les die ik gaf merkte ik mijn passie voor onderwijs. Ik gaf opdracht dat de leerlingen hun opgedane kennis moesten presenteren. Een van de leerlingen had een beperking, soort autisme, en durfde niet zo goed te presenteren. Ik ging de leerling stimuleren om toch proberen te presenteren, waardoor hij toch voor de klas ging staan presenteren. Heel gepassioneerd vertelde hij zijn verhaal. Het werd de beste presentatie van die klas. Ik was gewoon trots op de leerling en het gaf mij zo’n goed gevoel dat hij daar toch maar even ging staan! Mijn stagecoach zei achteraf dat hij die leerling nog nooit zo gemotiveerd had gezien. Voor zulke momenten doe je het toch voor! Ze zeggen leraar zijn is geen dankbaar beroep. Maar als je kijkt naar zulke (kleine) momenten, kan ik toch wel zeggen dat ik het een dankbaar beroep vindt. Het is maar net hoe je het bekijkt. Drie leerdoelen waar ik aan ga werken: · Ik ga mijn volume verbeteren. · Ik ga mij meer richten op het individuele benadering in de klas. · Ik ga mij verdiepen in de verschillende manieren van corrigeren en deze toepassen.
Sterkte / Zwakte Analyse
Voor mijn sterkte.zwakte analyse verwijs ik u naar mijn competenties.Per competentie heb ik mijn sterke en zwakke punten geformuleerd.
Terugkijk Stage
Hoe kijk ik terug op mijn stage? Heel positief! Ik heb veel ervaren en veel geleerd. Bij mij zijn de zenuwen voor de klas verdwenen. Al vanaf de eerste periode keek op tegen de stage. Hoe zouden leerlingen reageren op een onervaren stagiaire? Als ik aan mijn middelbare school jaren terugdenk, maakten we het de stagiaires behoorlijk lastig en nu ben ik dan het bokje. Zou ik daar wel mee om kunnen gaan? Zou ik het wel trekken? Gelukkig viel het hartstikke mee en kwam ik algauw in mijn rol als leraarzijnde.In een van mijn lessen vroeg een meisje ineens:”Mevrouw, bent u zenuwachtig?” Hier moest ik wel even om lachen en antwoordde eerlijk dat ik best wel zenuwachtig ben. De rest van de klas lachte ook. Dit brak als het ware het ijs en er ontstond een prettige sfeer in de klas. Het leek wel of de leerlingen ineens meer respect gingen tonen!
Tijdens stage waren bij mij sterke punten het presenteren voor de klas en het flexibel omgaan met de leerlingen. Het vragen stellen aan leerlingen was voor mij ook een sterk punt. Als er een doodse stilte plaatsvond, wist ik steeds op de een of andere manier een boeiende vraag te bedenken, waardoor de leerlingen weer aan het denken werden gezet. De sfeer op de stageschool was zeer goed. Ik zou deze stageschool voor komende stagiaires zeker aanprijzen. Als tweedegraads docent krijg je toch veel te maken met het vmbo niveau. Ik vond dit een goede instap en kennismaking met dit (niet al te makkelijk) niveau. De school zelf was mooi klein, waardoor er meer kans was voor persoonlijke benadering met de leerlingen.
Wat ik op stage beter had kunnen doen, was de voorbereiding van mijn lessen. De lessen zelf had ik wel goed voorbereidt, maar vlak voor de les was ik dan bijvoorbeeld vergeten de controleren of de beamer/internet het wel deed, opdrachten klaarleggen of kijken of de tafels goed stonden. Dit leverde in mijn eerste les de nodige problemen op. Wat ik ook beter had kunnen doen, maar wat ik ook nog meer onder de knie moet krijgen, is de individuele benadering tijdens mijn lessen. Ik heb sterk de neiging om slechts voor de groep te gaan praten en vergeet dan wel eens om persoonlijk op een leerling af te stappen om hem/haar te helpen. Dit was iets wat mijn medestagiaires juist wel heel goed kon. Ik heb daarom ook goed op hem gelet en ik heb dit probleem ook met hem besproken. Ik vind het met individuele benadering soms ook lastig af te wegen wat ik wel en niet kan zeggen. Ik let bij de leerlingen altijd goed op mijn woorden en ben soms bang dat ik een gevoelig onderwerp naar voren breng. Door die gedachte loopt een gesprek met een leerling niet altijd even lekker. Ik vind het ook lastig in te schatten wanneer ik teveel in de “intieme zone” van de leerling kom. Tot hoe dichtbij kan ik staan? Mag ik de leerling eens aantikken? Kan ik een leerling überhaupt wel aantikken? Deze angst komt ook voort uit mijn eigen ervaring als leerling-zijnde. Ik was zeker niet de makkelijkste en mijn beste vriendin ook niet. Zo kwamen we eens in conflict met de muziekleraar. Dit ging best ver en uiteindelijk pakte de docent onze armen beet. Hierop reageerde mijn vriendin helemaal opstandig en zij belde haar moeder dat de leraar aan haar gezeten had. Dit vond ik wel te ver gaan. Ik begreep de leraar wel en hij had ons geen pijn gedaan, dus ik zag het probleem niet. Maar goed, aan dit incidentje denk ik vaak als ik een leerling persoonlijk wil benaderen. Ik ga komende tijd proberen hierin te trainen en ontdekken wat ik wel en niet kan doen.
Om aan mijn verbeterpunten te werken, ga ik mij komende tijd meer verdiepen in de belevingswereld van de leerlingen. Op deze manier leer ik ze al meer kennen en zullen gesprekken mij gemakkelijker afgaan. Ook wil ik mij verdiepen in wat een leraar wel kan doen en wat te ver gaat. Dit kan ik onderzoeken door misschien een boek te lezen wat relevant aan dit onderwerp is.
Om mijn voorbereiding van de lessen te verbeteren, ga ik voortaan een lijstje vooraf maken met wat ik allemaal moet controleren. Ik ga ook zeker werken aan de feedback van mijn stagecoach, medestagiaire en natuurlijk aan de feedback van de leerlingen.
Mijn mening is dat stage je kan maken en breken in je motivatie voor het leraarschap. Zoals ik al eerder zei keek ik erg op tegen stage. Uiteindelijk viel het reuze mee. Doordat het zo mee viel is mijn motivatie voor het leraarschap in het vak geschiedenis gegroeid. Tijdens bepaalde handelingen in de klas stond ik ook versteld van de manier waarop ik het aanpakte. In de tweede les die ik gaf merkte ik mijn passie voor onderwijs. Ik gaf opdracht dat de leerlingen hun opgedane kennis moesten presenteren. Een van de leerlingen had een beperking, soort autisme, en durfde niet zo goed te presenteren. Ik ging de leerling stimuleren om toch proberen te presenteren, waardoor hij toch voor de klas ging staan presenteren. Heel gepassioneerd vertelde hij zijn verhaal. Het werd de beste presentatie van die klas. Ik was gewoon trots op de leerling en het gaf mij zo’n goed gevoel dat hij daar toch maar even ging staan! Mijn stagecoach zei achteraf dat hij die leerling nog nooit zo gemotiveerd had gezien. Voor zulke momenten doe je het toch voor! Ze zeggen leraar zijn is geen dankbaar beroep. Maar als je kijkt naar zulke (kleine) momenten, kan ik toch wel zeggen dat ik het een dankbaar beroep vindt. Het is maar net hoe je het bekijkt.
Drie leerdoelen waar ik aan ga werken:
· Ik ga mijn volume verbeteren.
· Ik ga mij meer richten op het individuele benadering in de klas.
· Ik ga mij verdiepen in de verschillende manieren van corrigeren en deze toepassen.